Wereldtitel allround inruilen voor olympisch goud? Nee!
De schaatshistorie van Nederland telt prachtige wereldkampioenen allround. Hollandse jongens en meiden die de hele wereld aankonden over vier afstanden. Nationale helden, die miljoenen landgenoten in de winter in vervoering brachten, vaak met torenhoge verwachtingen richting de Olympische Spelen trokken, maar daar hun droom over olympisch goud uiteindelijk niet konden realiseren. Maar een wereldtitel allround inruilen voor olympisch goud? Voor geen goud.
“Hier zit geen gefrustreerd man, maar ik had graag olympisch goud gehad. Daar was alles op gericht, maar het liep anders. Allrounden was het hoogst haalbare in mijn tijd.”
De woorden zijn van Hein Vergeer, die tussen 1985 en 1987 zo’n beetje alles won wat er te winnen viel. De Spelen van Calgary, waar niet hij maar Yvonne van Gennip Nederland met drie gouden medailles in een uitzinnige feeststemming bracht, hadden het toernooi van Vergeer moeten worden. Het werd een drama.
Vergeer behoort met Falko Zandstra, Harm Kuipers en Renate Groenewold tot een uitgebreide groep Nederlandse wereldkampioenen allround, die het (net) niet redde op de Olympische Spelen als het gaat om goud. Maar als ze moeten kiezen tussen olympisch goud of wereldkampioen allround zijn ze eensgezind: wereldkampioen allround. Geen twijfel mogelijk.
Harm Kuipers, wereldkampioen op de vierkamp in 1975 in Oslo, liet de Spelen zelfs helemaal links liggen. “Ik kon in 1972 naar de Olympische Spelen. Ik had wel degelijk medaillekansen op de 1.500 en 5.000 meter. Dat waren mijn afstanden, maar ik koos ervoor om niet te gaan.” Kuipers, inmiddels 70, studeerde destijds medicijnen, zat in zijn derde jaar en was bang dat hij kostbare jaren zou verspelen.
Tijdgeest
“Dat was ook de tijdgeest. De Olympische Spelen hadden destijds veel minder aanzien dan de wereldkampioenschappen allround. Nu zijn de Spelen zo belangrijk. De belangen zijn zo groot. Achteraf heb ik wel spijt van mijn besluit. Als ik het over zou mogen doen, zou ik zeker zijn gegaan. Ik zou me nu ook echt specialiseren”, zegt de oud-schaatser, die later naam maakte als arts en hoogleraar bewegingswetenschappen.
Specialiseren deed Vergeer wel. Na twee wereldtitels moest en zou hij toeslaan op de Winterspelen in Calgary. “De Olympische Spelen waren eigenlijk onbelangrijk”, kijkt hij terug. Vergeer deed mee aan de Spelen van Sarajevo. “De hele entourage van die Spelen was niets. De WK allround was alles, het hoogst haalbare. En dat is lang zo gebleven.”
Vergeer had echter wel in de gaten dat het schaatsen aan het veranderen was. De komst van de World Cup-cyclus maakte de sport commerciëler. “In Canada en Amerika keken ze anders naar de Spelen en ik was commerciëler dan de collega’s. Ik ging me echt specialiseren, maar moest wel allroundtoernooien blijven schaatsen. Via die toernooien moest je je plaatsen voor de Spelen. Calgary was perfect voor mij. Het was binnen en het was heel snel ijs. Ik wilde daar scoren.”
Beknelde ader
Al voor Calgary wist Vergeer dat olympisch goud heel moeilijk zou worden. Een val op zijn heup in november 1986 zorgde voor een neerwaartse spiraal in zijn prestaties. Pas veel later bleek hij last te hebben van een beknelde ader in de lies. “Ik hoopte nog op een hele goede dag in Calgary. Bij trainingen in Davos had ik nog drie rondjes 27 gereden. Het kon, maar mocht niet zo zijn.”
Een wereldtitel inleveren voor een gouden olympische plak, Vergeer wil er niets van weten. “Bij mij overheerst alleen de teleurstelling dat mijn lichaam niet kon brengen waar ik wel toe in staat was. Achteraf is het duidelijk: hoe meer ik deed om beter te worden, hoe harder het lichaam aftakelde.”
Falko Zandstra en Renate Groenewold denken er ook niet over hun mondiale kroon in te leveren voor een olympische lauwerkrans. “Ik vind de Spelen en een WK allround onvergelijkbaar. De Spelen gaan om een afstand op een dag, bij allrounden draait het om vier afstanden. Mijn wereldtitel veroverde ik in Hamar, in het hol van de leeuw. Iedereen dacht dat Johann Olav Koss wel even zou winnen. Niet dus”, zegt Zandstra over zijn hoogtijdagen.
De wereldkampioen allround van 1993 had misschien de meeste kans op goud bij de Spelen van Albertville in 1992. Zandstra was dat jaar in bloedvorm, misschien wel de beste man op de 1.500 meter. Hij werd zevende.
“Ik voelde me beresterk, was klaar voor de 1.500 meter. Voor mijn rit begon het te regenen en sneeuwen. Toen wist ik al dat mijn inspanningen gedoemd waren te mislukken. Frustrerend. Maar dat zilver op de 5.000 meter heeft veel goed gemaakt. Twee jaar later liepen we als Nederlanders bij de Spelen in Lillehammer allemaal tegen Koss aan”, zegt Zandstra.
Groenewold maakte deel uit van de periode dat het grote geld rondging in het Nederlandse schaatsen. Drie keer nam ze deel aan de Spelen en twee keer was ze heel dicht in de buurt van goud. In 2002 (Salt Lake City) werd het zilver op de 3.000 meter achter de Duitse Claudia Pechstein, vier jaar later in Turijn was het weer zilver achter de toen jonge en zeer verrassende Ireen Wüst.
“Dat zilver in Salt Lake City overkwam me gewoon. In Turijn was ik de grote favoriete voor de 3.000 meter. Van dat zilver baal ik het meest. Ik dacht: als ik Cindy Klassen achter me houd, dan ben ik er. Dat deed ik ook, alleen bleek Wüst sneller. Die was pas 19, had nog een heel schaatsleven voor zich”, kijkt Groenewold terug. Haar moeder op de tribune moest haar er even op wijzen dat ze wat vrolijker mocht kijken na dat zilver. “Achteraf ben ik wel trots op dat zilver.”
Sociaal hart
Haar vader was er in Turijn niet meer bij. Die overleed in 2004, het jaar dat Groenewold in Hamar de wereldtitel allround greep. Als eerste Nederlandse vrouw in dertig jaar. “Ik was daar alleen met mezelf bezig. De diskwalificatie van Jochem Uytdehaage bij de mannen interesseerde me niets. Ik denk dat mijn sociale hart me geregeld in de weg heeft gezeten bij het schaatsen”, kijkt ze nu terug. “In Hamar niet. Het is in elk geval het beste weekeinde in mijn schaatscarrière geweest. Alles klopte.”
Die wereldtitel inleveren voor olympisch goud, Groenewold moet er niet aan denken. “Die titel in 2004 is heel bijzonder voor me, het was zo’n speciaal jaar. Daar kan niets tegenop.”
Operatie
Groenewold ging na 2006 door, ging zich specialiseren onder Gerard Kemkers bij TVM. “Ik had destijds het gevoel dat goud mogelijk was. En dat het nog kon, bewees ik bij de WK afstanden in 2009 in Vancouver, waar ik een jaar voor de Spelen de wereldtitel op de 3.000 meter veroverde. Maar daarna ging het mis. Ik liep een hernia op en in november moest ik nog een operatie aan mijn baarmoeder ondergaan. Kansloos dus. Ik zie het ontbreken van olympisch goud niet als een gemis. Het maakt geen ander mens van me.”
The post Wereldtitel allround inruilen voor olympisch goud? Nee! appeared first on FHE | Gratis eredivisie voetbal streams, en buitenlands voetbal streams.
No comments:
Post a Comment